Słownik ortograficzny holenderski

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

laagte



aborteer
afbreekstreepje
buitenzijde
crisisbeheer
duizelde
eenheidsmatrix
explicitering
gesticuleerde
gezondheidsclaim
graalridder
hoogspanningslijn
instrumentenmaakster
klemmenstrook
kogelrond
kroonduif
lampetkom
maaltijdvoorziening
mond-op-mondbeademing
onderonsje
ontspannen
ontwapeningsconferentie
opnemingsvaartuig
pottenbakker
prentachtig
rampoefening
steenberg
stomweg
uitvoerpremie
vasculair
vutten
vuurgloed