Słownik ortograficzny holenderski

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

achttienduizend



basisgroep
beenwond
coördinatie
drinkwater
eenaderig
erts
geluidssterkte
gepookt
gestraalde
gewestcoördinator
homoniem
huwelijkskantoor
kermisbier
klassenorganisatie
koelbox
koopverplichting
koudslachter
loomst
manslengte
meid
noordwestelijk
onderzoekcommissie
oogstperiode
persbreidel
politiekorps
presidentieel
rondgewaard
spoorwegstaking
transmissietijd
zakpijp